FTM

De Amerikaanse zaadveredelaar Monsanto wordt veelal geassocieerd met de duistere kanten van genetische technologie. Herman Lelieveldt maakt zich echter meer zorgen om de consolidatiegolf in de voedingssector, waarvan de fusie tussen Monsanto en het Duitse chemieconcern Bayer deel uitmaakt. Volgens Bayer-topman Werner Baumann kent de overname alleen maar winnaars. Is dat wel zo?

Na eerst wat tegengestribbeld te hebben, lijkt de Amerikaanse zaad- en pesticidenproducent Monsanto nu dan toch tevreden te zijn met het overnamebod van 66 miljard dollar cash van concurrent Bayer Crop Science. Op 14 september hielden de topmannen van beide concerns een persconferentie (terug te bekijken op de speciaal gelanceerde website Advancing Together) waar Bayer-topman Werner Baumann uitlegde dat de overname alleen maar winnaars kent. Hij zou goed zijn voor de boeren, de aandeelhouders, de werknemers en last but not least voor onze wereld, die steeds meer voedsel nodig heeft en daarom staat te springen om hogere opbrengsten. Collega Hugh Grant van Monsanto herhaalde de platitudes van Baumann en onderstreepte dat de nieuwe combinatie zowel winstgevendere als duurzamere producten op de markt zal brengen.

De buitenwereld is minder enthousiast. Greenpeace Oostenrijk noemde de deal slecht voor de mens en het milieu, terwijl Friends of the Earth Europe de verlovingsaankondiging kwalificeerde als een marriage made in hell: ‘Een megaonderneming die schadelijke pesticiden en genetisch gemodificeerde gewassen aan onze landbouw opdringt.’

Je kunt er donder op zeggen: overal waar de naam Monsanto opduikt, begint iedereen over glyfosaat en GMO’s. Ik wil het hier nu eens niet hebben over de veronderstelde gevaren van gentechnologie en glyfosaat, maar kijken wat deze overname ons vertelt over een veel bredere en zorgwekkendere ontwikkeling: de alsmaar voortgaande machtsconcentratie in de voedingssector. Levert die echt een win-winsituatie op voor burgers, boeren, bedrijven en onze aarde?

Winstmaximalisatie en marktmacht

De Amerikaanse socioloog Philip Howard houdt zich al zijn hele carrière met dit onderwerp bezig en vatte al zijn kennis samen in het begin dit jaar verschenen en nu al bekroonde boek Concentration and Power in the Food System. Het eerste dat we volgens Howard moeten doen, is afstappen van het idee dat bedrijven alleen anderen opslokken als dat tot winstmaximalisatie leidt. Wie dat oude perspectief hanteert zal inderdaad sceptisch over dit overnamebod zijn. In de Financial Times noemde Michael Skapinker de plannen net zo’n grote gok als de Brexit en hij haalde nog maar eens de statistieken aan die laten zien dat megaovernames vaak lang niet zo winstgevend zijn als oorspronkelijk werd gehoopt.

Maar anders dan Skapinker kunnen we het bod van Bayer wel begrijpen in het licht van de ‘capital as power’-benadering die Howard in zijn boek gebruikt. Volgens deze visie zijn fusies en overnames gericht op het vergroten van marktmacht. Die macht maakt het makkelijker om leveranciers en werknemers minder te betalen, afnemers hogere prijzen in de maag te splitsen en overheden te verleiden tot subsidies en regels die de winstgevendheid verder opschroeven. Dat Bayer zijn machtspositie gaat vergroten is evident. Na de overname zal het de grootste speler in het ‘seed-chemical’ complex zijn en het derde voedselconcern ter wereld; alleen Walmart en Nestle zijn dan nog groter.

Logische prooi

Die machtsconsolidatie op de markt van zaaigoed en pesticiden is al een tijdje bezig en is door Howard schitterend in kaart gebracht. In zijn boek beschrijft hij hoe pesticidebedrijven in de naoorlogse periode langzaamaan de markt voor zaaigoed ontdekten en via strategische overnames actief werden op beide terreinen. Dat was nodig omdat er nog maar weinig groei zat in de markt voor bestrijdingsmiddelen. Voor pesticidebedrijven vormden de zadenbedrijven een logische prooi, aangezien de activiteiten mooi complementair zijn: je bedient dezelfde klanten en verkoopt de zaden en de bestrijdingsmiddelen in één moeite door.

Toch was de zaadbusiness lange tijd niet zo winstgevend als die van de bestrijdingsmiddelen, doordat veel boeren zelfvoorzienend waren: zij gebruikten simpelweg de zaden van het jaar daarvoor. Pas met de introductie van hybride zaden — die meer opleveren bij het eerste gebruik, maar niet bij hergebruik — werd het voor boeren noodzakelijk om voor iedere teeltronde nieuwe zaden te kopen.

Patenten

De zaadproducenten slaagden er bovendien in om de juridische status van hun producten steeds meer in de richting van gebruikslicenties te duwen. Dat is mogelijk als zaden bepaalde gepatenteerde eigenschappen hebben, zoals het geval is bij genetische modificatie. Amerikaanse boeren die bijvoorbeeld roundup ready sojabonen willen planten, moeten daarvoor akkoord gaan met een limited use licencewaarbij ze toezeggen dat ze de zaden niet zullen hergebruiken, doorverkopen of weggeven. Artikel 4 van de overeenkomst verplicht hen bovendien tot afname van Monsanto’s eigen Roundup bestrijdingsmiddel, dat vier keer zo duur is als de generieke varianten die inmiddels na het aflopen van Monsanto’s patent op de markt zijn. Door deze koppelverkoop wist Monsanto ook na het aflopen van het patent op glyfosaat nog 80 procent van de markt in handen te houden.

Vier reuzen

Het zijn deze ontwikkelingen die de winstgevendheid van de zaadsector opkrikten en een golf van consolidaties op gang brachten. In de jaren ’70 waren er nog duizenden zaadbedrijven, maar dat liep terug tot ongeveer 300 eind jaren ’90 en  een honderdtal rond het jaar 2010. Bedrijven met oer-Hollandse namen zoals De Ruiter of Sluis zijn inmiddels in handen van Monsanto en de plaatjes van Howard laten mooi zien hoe achter de ogenschijnlijke variëteit in het schap toch slechts een paar bedrijven schuilgaan.

Omdat veel van de zaden nog onder de oorspronkelijke merknamen verkocht worden, is de concentratie op de markt dus groter dan je zou denken. Wereldwijd ligt de CR4 — een veelgebruikte maat voor concentratie die het marktaandeel van de vier grootste bedrijven in een sector meet — voor zowel zaden en bestrijdingsmiddelen nu rond de 60 procent. Als Bayer Monsanto inderdaad overneemt en de fusie tussen de chemieconcerns Dow en DuPont doorgaat, zijn er nog maar vier reuzen en stijgt de CR4 navenant.

Afname innovatie

Gelooft iemand nu echt dat dit soort supertankers zich aan de frontlinie van de innovatie bevinden? Howard haalt in zijn boek het onderzoek van Schimmelpfennig aan dat laat zien dat de toegenomen concentratie juist tot een afname van innovaties leidde. Zaadbedrijven hebben steeds meer de neiging om bepaalde eigenschappen van planten — ook als ze van nature voorkomen — te patenteren en frustreren zo de mogelijkheden om via kruising nieuwe gewassen te ontwikkelen.

Nu meer en meer bedrijven bepaalde eigenschappen van zaden met succes weten te patenteren — zelfs als het om natuurlijke eigenschappen gaat — komt het aloude kwekersrecht, waarmee het je vrijstaat om met de zaden van anderen een nieuw gewas te ontwikkelen, op de tocht te staan. Je mag gepatenteerde zaden nog wel gebruiken in de zoektocht naar een betere plant, maar zodra je deze nieuwe variant op de markt wilt brengen, moet je met de eigenaar van het patent om de tafel om afspraken over royalty’s te maken (deze brochure legt de verschillen uit).

Boeren en de maatschappij

En de boeren, profiteren zij van de consolidatiegolf? Ook dat is twijfelachtig. De Wall Street Journal meldde onlangs dat de prijzen van Amerikaans sojazaad de afgelopen tien jaar met 300 procent zijn gestegen, terwijl de opbrengsten slechts met 30 procent zijn toegenomen. Dat lijkt erop te duiden dat er onvoldoende concurrentie in dit deel van de markt is.

Dan de maatschappelijke baten en het almaar terugkerende argument dat alleen een consolidatie van deze sector ervoor kan zorgen dat de wereldbevolking voldoende te eten heeft. Dit gaat voorbij aan de politieke en structurele oorzaken van honger in de wereld. We produceren allang genoeg maïs, soja en tarwe om de 9 miljard mensen die in 2050 op de wereld rondlopen te voeden, maar dan moeten we wel genoegen nemen met wat minder vlees — de veeteelt is de allergrootste verbruiker van landbouwgewassen.

Zorgen EU

Het goede nieuws is dat de Europese Unie (EU) deze consolidatiegolf met argusogen volgt. Europees Commissaris Margrethe Vestager heeft gezegd dat keuzevrijheid voor boeren belangrijk blijft en in augustus deed de Europese Commissie een stevig persbericht de deur uit over de eerdere deal tussen Dow en DuPont. Daarin vormt de koppelverkoop van zaden en bestrijdingsmiddelen een expliciet aandachtspunt.

Ook over de spanning tussen kwekersrecht en octrooirecht maakt de EU zich zorgen, zeker nu het Europese Patent Bureau ook in hoger beroep octrooien op natuurlijke eigenschappen van tomaten en broccoli in stand heeft gehouden. Het Europees Parlement sprak in een resolutie zijn zorgen uit en de Nederlandse regering verwierp de uitspraak. Bovendien organiseerde Nederland begin dit jaar in het kader van het toenmalige EU-voorzitterschap een symposium om de Europese Commissie aan te sporen met nadere richtlijnen te komen die een halt aan deze praktijken kunnen toeroepen.

Eigenlijk is het heel eenvoudig: net als iedere andere sector moet ook de voedselsector innovatief en competitief zijn. Vooralsnog wijst niets erop dat de concentratie van bedrijven in zaden en bestrijdingsmiddelen daar ook maar iets aan bijdraagt. Het is daarom te hopen dat Brussel zich tegen deze trend keert.